Stichting veteranenziekte maakt zich grote zorgen

In H2O-­online van 15 september 2014 is een artikel geplaatst van Alvin Bartels, Marjolein Schalk, Petra Brandsema, Helma Ruijs (RIVM-Centrum Infectieziektebestrijding) met betrekking tot legionellapreventie bij scholen, kantoren en andere niet-prioritaire locaties: interpretatie van de zorgplicht Drinkwaterwet.

In dit artikel wordt beargumenteerd dat het drinkwater van deze locaties legionellabacteriën mag bevatten omdat uit casuïstiek blijkt dat de kans op een longontsteking door legionella via deze locaties zeer gering is.
De Stichting Veteranenziekte zal hierna uitleggen waarom zij zich absoluut niet kan vinden in deze stelling. De Stichting meent totaal geen onderbouwing voor deze stelling te kunnen vinden op basis van “de jaarrapportage Surveillance Respiratoire Infectieziekten 2012”, uitgebracht door het RIVM.
In hoofdstuk 3 van deze jaarrapportage wordt legionella besproken. In paragraaf 3.1 van deze rapportage staat direct het volgende kernpunt: “ Bij het merendeel (80%) van de patiënten die de infectie in Nederland oploopt, levert bronopsporing onvoldoende aanwijzingen op tot het vaststellen van de waarschijnlijke bron”.
Verder staat er in deze rapportage dat er door 173 patiënten, 451 potentiele bronnen binnen Nederland werden genoemd. Er werd door de Bronopsporingseenheid Legionell-­‐ pneumonie (BEL) voor 26 (15%) patiënten onderzoek uitgevoerd bij totaal 49 (11%) bronnen. De Stichting vindt het vreemd dat RIVM op basis van zo’n laag percentage brononderzoek toch durft te stellen dat op grond van onderzoek bekend is welke locaties een hoog risico op legionellose hebben. Wellicht zouden er nog andere locaties gevonden worden wanneer alle potentiele bronnen onderzocht zouden worden. Verder wordt in de jaarrapportage gesteld dat bij 36% van de 22 woonhuizen (niet-prioritair) van patiënten die in 2012 door BEL zijn bemonsterd, legionella is aangetoond. Er is dan weliswaar geen match, waardoor niet met zekerheid kan worden gesteld dat de legionellose op de betreffende locatie is opgelopen, opvallend is het wel. Een match op DNA-niveau tussen de patiënt en de locatie is zeer moeilijk te bewijzen: 1 match in 2011 en 3 matches in 2012.
Overigens wanneer we dan spreken over het feit dat het risico van het oplopen van legionellose op een niet-­‐prioritaire locatie laag zou zijn, dan is het ook wel weer opvallend op welke locaties in 2012 dan wel 3 matches zijn gemaakt tussen patiënt en bron: een werkgerelateerde bron met een waterbak van een afperspomp, een spuitlans van een autowasstraat en een privé-jacuzzi. Alle 3: niet-prioritair.
Verder wordt er ook gesproken over het feit dat er nog bij veel patiënten geen kweek wordt ingezet bij een longontsteking, dus dat ook naar alle waarschijnlijkheid nog meer mensen ziek worden door legionellabacteriën dan de geregistreerde gevallen.

De Stichting is het eens met de schrijvers dat het niet altijd nodig is om uitgebreide risicoanalyses te laten maken en bemonsteringen uit te voeren bij zorgplichtige locaties, zeker niet wanneer er bijvoorbeeld helemaal geen douches zijn. Maar de ISSO 55.2 publicatie “Zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties” geeft een goed beeld hoe men de zorgplicht in zou kunnen vullen. Eigenaren van scholen en sportlocaties moeten inderdaad niet op onnodige kosten worden gejaagd, maar enige afweging op basis van ISSO 55.2 met betrekking tot de afweging van risico’s zou zeker mogen worden verwacht. Dit zou een locatie ook zelf kunnen doen en hoeft daar ook niet per definitie iemand voor in te huren. Kostenbesparing mag niet leiden tot gevaar voor volksgezondheid. Imago schade en onrust zou ook een probleem zijn. Men is als niet-prioritaire locatie niet meldingsplichtig, dus wanneer men goed en integer met de informatie om gaat hoeft dit helemaal niet tot problemen te leiden. Daarnaast wordt gesteld dat preventieve maatregelen een belasting voor het milieu kunnen zijn, zoals het spoelen van tappunten. Wanneer een leidingwaterinstallatie voldoet aan en gebruikt wordt volgens NEN 1006, dan is het aantal terugkerende beheersmaatregelen zeer beperkt. Dit is een van de punten die ook voor de Stichting op hun komende congres van 30 oktober a.s. aan de orde zal komen. Tijdens het congres zal gesproken worden door de keten van bouwers: architect, aannemer, installateur en eindgebruiker. Zij zullen samen moeten werken om te komen tot een goede aanleg van een installatie en een goed ontwerp en goede bouw van een locatie, zodat het risico op legionella zo klein mogelijk wordt gehouden.
Verder is het zo dat op basis van Arbo-­wetgeving ook maatregelen moeten worden genomen om legionellagroei te voorkomen. De normen voor gymnastieklokaal – kleed-­ en doucheruimte en schoolgebouw-sanitaire voorzieningen staan beschreven. De eisen vanuit Arbo-wetgeving (ook voor niet-­prioritaire locaties) dienen in dit verhaal dan ook niet vergeten te worden.

De Stichting is er niet op uit om alle locaties tot prioritaire (hoog-­risico) locatie te laten benoemen, maar de Stichting vindt dat de onderbouwing voor de keuzes die nu gemaakt zijn, wellicht niet de juiste zijn. De Stichting ziet op dit moment te veel onzekerheden om mee te kunnen gaan in alle keuzes die nu gemaakt zijn.
Tevens ziet de Stichting problemen in de toekomst met betrekking tot het langer thuis blijven wonen van ouderen. De ouderenflats die er steeds meer zijn: hoe benoem je deze locaties? Nu zijn deze flats niet­‐prioritair omdat het RIVM stelt dat het risico om in je eigen woonomgeving ziek te worden gering is. Maar wat doen we met locaties waar de gemiddelde leeftijd hoog is, per definitie binnen de risicogroep en deze mensen ook langer thuis blijven wonen, ook wanneer zij zorg ontvangen, waardoor de vatbaarheid voor onder andere legionellose ook hoger wordt? De Stichting denkt dat hier nog een flinke discussie over te voeren valt.

Door dit alles op een rijtje te zetten kan de Stichting Veteranenziekte voor zichzelf alleen maar de conclusie trekken, dat zij zich grote zorgen maakt.

Namens de Stichting Veteranenziekte:
Monique Bastmeijer, Bestuurslid Technische Zaken

Volg ons: