OM wil werkstraf bubbelbadman legionelladrama Westfriese Flora

ALKMAAR – Het Openbaar Ministerie (OM) vindt het „extra kwetsend“ dat Jan Jong, in 1999 standhouder op de Westfriese Flora, geld dat bedoeld was voor slachtoffers van de legionellaramp voor zichzelf heeft gebruikt. „Het geld was bedoeld voor slachtoffers, maar het is op geen enkele manier bij hen terechtgekomen”, zei de officier van justitie vrijdag bij de rechtbank in Alkmaar. Ze eiste een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar tegen Jong.

Jong, die een bubbelbad tentoonstelde dat later één van de bronnen van de legionellabesmetting bleek, ontving in 2002 van zijn verzekeraar ruim 577.000 euro om de schadevergoedingen van de slachtoffers mee te betalen. Ruim 350.000 euro ging op aan vooral juridische kosten, zo meldde de Heerhugowaarder vrijdag. De rest gebruikte hij om de honderden uren die hij door juridische procedures niet in zijn bedrijf kon steken, te vergoeden.

De legionella-uitbraak kostte ruim 30 mensen het leven en maakte meer dan 200 mensen ziek. Jong stond vrijdag terecht voor oplichting en het witwassen van verzekeringsgeld.

In 2002 werd vastgelegd dat de bubbelbadenverkoper 79.000 euro kreeg voor zijn proceskosten. Jong beroept zich echter op mondelinge afspraken over gebruik van het ’slachtoffergeld’ als de juridische kosten verder zouden oplopen. „Mijn cliënt ging er vanuit dat extra verzekeringsgeld voor de schadevergoeding beschikbaar zou komen als hij aansprakelijk zou worden gesteld”, zei zijn advocaat.

De officier koos uiteindelijk voor een werkstraf in verband met de persoonlijke omstandigheden van Jong. Op al zijn bezittingen werd enkele jaren terug beslag gelegd en hij leeft nu van een AOW-uitkering.

Jong zelf noemde de zaak van vrijdag het dieptepunt in 14 jaar vol rechtszaken en juridische procedures. „Het is nooit onomstotelijk vastgesteld dat ik de veroorzaker van de legionellaramp ben. Deskundigen en wetenschappers zeggen dat het een zeer betreurenswaardig ongeval was waarbij eigenlijk geen schuldvraag kan worden gesteld.”

De rechtbank doet 30 november uitspraak.

Bron: www.noordhollandsdagblad.nl

Volg ons: