Legionella preventieapparatuur mag nog even blijven

Leveranciers van elektrochemische- en fysische technieken voor legionellapreventie die kunnen aantonen dat hun certificeringsproces bij het KIWA in een verregaand stadium is, hoeven hun apparatuur bij klanten nog niet weg te halen. Dat bleek donderdag 14 juni uit de presentatie van Hans de Vries van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tijdens het Nationaal Congres Sanitaire Technieken van de TVVL, het Platform voor Mens en Techniek in Amersfoort.

Een brief van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) zorgde eind mei voor een hoop onrust in de wereld van leveranciers van technieken voor legionellapreventie. Daarin kondigde de Inspectie onder meer aan dat alle leveranciers waarvan de apparatuur geen BRL K 14010 certificaat van KIWA heeft, verplicht zijn om hun installaties bij klanten per direct te verwijderen. Uit de presentatie van Hans de Vries van de ILT tijdens het recente Nationaal Congres Sanitaire Technieken van de TVVL, blijkt echter dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Hij gaf aan dat leveranciers die kunnen aantonen dat hun certificeringproces bij het KIWA in een verregaand stadium is, hun apparatuur bij klanten nog niet weg hoeven te halen.

Binnenkort maakt de ILT bekend in welke situaties zij het eerst handhavend gaat optreden. Het feit dat de apparatuur nog niet weg hoeft, is goed nieuws voor de volksgezondheid. De afgelopen maanden zijn er op verschillende plaatsen in ons land meerdere uitbraken van de gevreesde bacterie geweest. Zo lag de afdeling tandheelkunde van het Universitair Medisch Centrum in Groningen in mei een week plat nadat de bacterie onder meer in een wasbak en een douche was aangetroffen. Daarvoor werd de bacterie onder meer gesignaleerd in het Bijlmer Sportcentrum in Amsterdam en in het universitair sportcentrum van de Universiteit Twente.

Ladder van VROM
In de praktijk bestaan verschillende mogelijkheden om de legionellabacterie te vernietigen. Daarbij moeten leveranciers en klanten wel rekening houden met de ‘ladder van VROM’, een door het voormalige ministerie van VROM ingestelde escalatieladder voor legionellapreventie in drinkwater. Deze benadering gaat uit van het principe dat er zo min mogelijk stoffen aan het drinkwater mogen worden toegevoegd. Er mag naar een volgende ‘trede’ worden afgedaald als de vorige niet voldoende resultaat oplevert of als de kosten van het doorlopen van de tredes meer kost dan de oplossing op een volgende trede. De eerste stap is thermisch beheer, fysisch beheer (filters en UV-filtratie) en fotochemisch beheer, daarna volgen elektrochemisch beheer (koper-zilverionisatie en anodische oxidatie) en als laatste stap chemisch beheer (dosering met chemische producten). Voor fotochemisch, elektrochemisch en chemisch beheer is ook een goedkeuring van het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) nodig.

Certificeringstraject
ATECA is vooralsnog het enige bedrijf in Nederland met een BRL K 14010-2 certificaat. Directeur Mark Engelenburg begrijpt niet veel van de ontstane commotie omdat het volgens hem al ruim 2,5 jaar bekend is bij de andere leveranciers, zo’n tien in totaal, dat ze over een certificaat moeten beschikken. “De Beoordelingsrichtlijn is bovendien opgesteld door een KIWA-werkgroep waar verschillende leveranciers deel van uitmaakten. Die hebben overigens zelf aangedrongen op een certificeringstraject. Sommigen geven aan dat er te weinig capaciteit is bij KIWA, maar daar geloof ik niets van. Wij hebben in januari het certificaat verkregen en zijn daar in totaal driekwart jaar mee bezig geweest.”

Bron: www.waterforum.net

Volg ons: