„Alles over de ramp heb ik bewaard”

Voorzitter F. Bertrand van de Stichting Veteranenziekte herdacht donderdag met ruim 300 mensen de slachtoffers van de legionellaramp in Bovenkarspel die tien jaar geleden het leven kostte aan 32 bezoekers van de Westfriese Flora. „Ik blijf hopen op een minnelijke regeling.”

Voorzitter F. Bertrand van de Stichting Veteranenziekte

Voorzitter F. Bertrand van de Stichting Veteranenziekte

Vergeten zal hij zijn goede vriend en zakenpartner Rinus Vermolen nooit. „Rinus was een beresterke vent en ondanks zijn chronische leukemie een fervent duiker”, zegt Fred Bertrand. „Wat zijn ogen zagen, maakten zijn handen. Als hij een spiegelreflexcamera wilde om er onder water mee te kunnen fotograferen, ging hij daarmee aan de slag.”

Op 8 maart 1999 kwam Bertrand thuis in Grootebroek na een verblijf op Kreta. „Rinus’ vrouw belde mij dat haar man was opgenomen. Hij sloeg wartaal uit, had moeite met ademhalen. ’s Nachts had hij nog kabels gelegd, maar na een spoedvisitatie door de huisarts werd hij met bijna 40 graden koorts meteen doorgestuurd naar het ziekenhuis.”

In eerste instantie legden de artsen alleen verband met de chronische leukemie. Bertrand: „Toen kwam op 12 maart het bericht dat een nog onbekend aantal bezoekers van de Westfriese Flora, een jaarlijkse megabeurs in Bovenkarspel, een legionellabesmetting had opgelopen. Ook Rinus, stelden zijn artsen vast. Hij is toen onmiddellijk overgebracht naar de intensive care en op allerlei mogelijke manieren behandeld. Te laat. Het ene na het andere orgaan viel uit, Rinus begon op te zwellen. Op de dag van zijn sterven, op 8 april 1999, zag ik in het ziekenhuisbed geen Rinus meer, maar een Michelinmannetje.”

De ramp, veroorzaakt door twee standhouders die tijdens de beurs hun whirlpool showden en deze zonder het treffen van adequate voorzorgsmaatregelen opgewarmd water lieten spuiten, kostte 32 mensen het leven. In totaal 242 bezoekers raakten met de legionellabacterie besmet.

Nabestaanden riepen kort na de ramp de Stichting Flora Veteranenziekte in het leven. Bertrand tikt op de tafel in de woonkamer van zijn huis in Grootebroek. „Hier, aan deze tafel is de stichting opgericht, op 19 maart 1999.”

De stichting, inmiddels Stichting Veteranenziekte geheten, legde zich vooral toe op het organiseren van lotgenotencontact. „Toenmalig minister Borst was bereid ons financieel te steunen, maar vroeg ons wel een patiëntenvereniging te worden, geen actiegroep.”

Zijdelings raakte de stichting wel betrokken bij de oproep van de Consumentenbond aan slachtoffers om zich te melden. Een aantal van 164 slachtoffers en nabestaanden gaf daaraan gehoor.

De rechtbank Alkmaar en het gerechtshof Amsterdam bepaalden in 2002 en 2007 dat de twee standhouders aansprakelijk konden worden gesteld voor de schade van de slachtoffers. Van onrechtmatig handelen van de staat of de organisatoren van de Flora was echter geen sprake, stelden de rechters vast.

Gevolg van het vonnis was dat gedupeerden die een schadevergoeding wilden ieder voor zich een procedure moesten beginnen tegen de standhouders. Of dat gebeurd is, weet Bertrand niet. „Een formele schadevergoeding is er tot op heden nooit gekomen, mede omdat de twee standhouders tot dusver nog geen aansprakelijkheid hebben erkend. Ik blijf hopen op hun medewerking aan een minnelijke regeling.”

Ruim 300 mensen herdachten donderdag in Bovenkarspel de ramp. Bertrand voerde het woord namens de stichting. „Tijdens de momenten waarop Rinus nog aanspreekbaar was, zei hij: Fred, wil je alles wat er over de ramp naar buiten komt bewaren, dan kan ik het als ik straks weer thuiskom bekijken. Vandaag heb ik gezegd dat ik me daaraan gehouden heb.”

Bron: Reformatorisch Dagblad. Klik hier voor meer foto’s.

Volg ons: