Klachten overlevenden Flora-ramp

Van Onze redactie

BOVENKARSPEL – Van de overlevenden van de legionellabesmetting op de Westfriese Flora in 1999 ondervindt 91 procent nog altijd klachten. Dit blijkt uit onderzoek door het Instituut voor Psychotrauma en de Universiteit Utrecht.

Het onderzoek is uitgevoerd onder drie categorieën legionellaslachtoffers: die van de ramp in 1999, mensen die in de periode van 2000 tot en met 2002 besmet raakten en slachtoffers die in 2003 en 2004 geïnfecteerd raakten. Het merendeel van de mensen in de laatste twee categorieën liep de besmetting op tijdens vakanties in het buitenland. Van de Flora-slachtoffers ondervindt ruim 91 procent nog altijd ernstige problemen in het sociale functioneren, ruim 89 procent zegt een slechte mentale gezondheid te hebben en 50 procent voelt zich niet vitaal. Ruim een kwart heeft ernstige lichamelijke klachten.

Ook onder de mensen die na 1999 besmet raakten, blijken de geestelijke klachten na verloop van tijd groter dan de lichamelijke. Onderzoekster B. Herforth-Blom maakt zich sterk voor vervolgonderzoek, dat is gericht op de vraag waarom de psychische klachten zo lang aanhouden. De uitkomsten kunnen relevant zijn voor zowel slachtoffers als hulpverleners. Herfoth-Blom concludeert op basis van het onderzoek dat de klap van een legionellabesmetting letterlijk lang nadreunt en dat sprake is van een onzichtbare ramp.

De besmetting op de Westfriese Flora kostte het leven aan 32 mensen. In totaal liepen meer dan tweehonderd mensen de legionellabacterie op.

Bron: Antilliaans Dagblad.

Volg ons: